Sneeuw

Het sneeuwt in Brussel

Kleine vlokjes die halsstarrig pogen te landen.
Opgezweept door tal van uitstoten.

Schoorstenen, in talrijke uitvoeringen,
uitlaten van benzine en diesel,
warme daken, waar binnenin ook koude heerst.

Een laagje sneeuw,
het beheerst de sfeer.
Vuile straten worden clean.
Duistere wijken krijgen iets feeërieks.
De stad wordt aantrekkelijk.

Niet om het wit
wel omdat ze graag omarmd wordt
met warmte.

Geen enkel kerstlichtje
belicht de sfeer van een vlokje.

Vele vlokjes vlechten een warm deken
waar kinderen zich in plezieren
en grote mensen van genieten.

Een deken waarin je kan bewaren
graag zonder houdbaarheidsdatum.

Maar ook de zon heeft rechten.
Smelten voor de warmte.

Een liefdevol Brussel gewenst.

Bruno.

Advertenties

Brussel ontzeggen aan kinderen…

Wat schrok ik,
van een bericht op deredactie.be.
Brussel, bedreigd gebied voor kinderen.

Stadsklassen afschaffen omwille van terrorismedreiging in Brussel.
Gevaarlijk, bedreigend.

Vanzelfsprekend stuur je daar geen kinderen naartoe.
Maar evacueren we dan niet beter alle kinderen uit Brussel? Ze zijn met duizenden. Onaanvaardbaar om deze jonge inwoners in het gewest niet in bescherming te nemen. Geen kinderenimport, maar misschien kinderenexport?
Het capaciteitsprobleem van onderwijs in Brussel alvast opgelost.

Maar als je de kleintjes exporteert, dan toch ook de jonge moeders en de oude moeders die nog vaak voor de jongsten zorgen. Misschien moeten we wel een heel evacuatiebeleid uitwerken, mocht IS een uitval doen. Dergelijke redeneringen werden zelfs niet gemaakt tijdens de stevig bevochten wereldoorlogen. Heeft iemand een betere inval?

Moeten we ook niet wat voorzichtiger omgaan met grote happenings, zoals de marathon van Brussel?
Zoveel mensen in oorlogszone.

En dat is dan nog op een zondag… Morgen rijden treinen af en aan met bewoners uit veiligere gebieden naar de hoofdstad. Misschien moeten we die instroom ombuigen, om de veiligheid van de vele mama’s en papa’s met een extrapolatie aan kinderen te vrijwaren.

Ik woon elke dag in Brussel. Tussen heel veel verschillende bevolkingsgroepen. Daar zitten zeker en vast personen met fundamentalistische opvattingen bij.

Voel ik me bedreigd?
Een enkele keer.

Maar dan niet door een persbericht. Niet door een veralgemeende interpretatie van personen die over Brussel uitspraken doen, maar de weg van het Centraal Station naar de Grote Markt met een plattegrond moeten uitzoeken.

Brussel heeft zijn moeilijkheden. Een kleine regio met een grote internationale aantrekking. Magnetisme dat zich ook uit in de recrutering van de bevolking. Daar zitten altijd wat ongure figuren bij.

Misschien moeten we Brussel aantrekkelijk maken door de toegang te bemoeilijken zodat iedereen eens graag ‘the war-zone’ wil bezoeken. Als attractie. Met een blauwe helm en wat doorlaatpasjes…

Stop hiermee, met die beeldvorming.
Brussel verstrekt een inkomen aan een veelvuldigheid van zijn eigen inwoners, zelfs ten koste van de eigen inwoners.
Brussel strekt zich tot eer door daarover niet te bakkeleien. Iedereen is welkom.

Mocht de wereld buiten Brussel deze mooie stad eens verwelkomen en als trekpleister verkondigen… dan wordt een aantrekkingspool voor werk en vrije tijd gemeengoed.

Brussel bewijst elke dag
dat ze kinderen van heinde en verre onthalen.

En zal dat altijd blijven doen,
ook als je bevreesd bent voor de grootsheid van een stad.

Bruno.

Jij bent Anders

Beste Anders,

Tijdens Expo 58 werd onze zwarte gemeenschap tentoongesteld in zelf gefabriceerde rieten importhutjes.
Gluren over de buren.

Al veel langer wordt er gestreden voor vrouwenrechten, gelijkschakeling met de rechten die mannen zich toeëigenen. Emancipatie om deze problematiek stem te geven én
aan te pakken.

Godsdienstoorlogen worden vandaag bedacht en enkele duizenden kilometers verder met wapens bevochten.

Hoofddoeken doken vorig schooljaar op, met wat gerechtskosten weer veilig opgeborgen. Een keppeltje of een nonskap, elk doek met verwijzing naar een religie kan de menigte beroeren.

Net zoals ‘geaardheid’, evenwel
als uiting van ‘houden van’, liefhebben.
Vredelievend.

‘Gender’ als begrip om het wat te generaliseren.

Heel wat heisa als een instituut zoals onderwijs nuanceringen aanbrengt.
Verbolgenheid als de pers ongenuanceerd onderwijs als instituut aanpakt.
Gieren cirkelend om een mogelijke prooi te
roven.

Zich uiten in geloof of ongeloof,
in man of vrouw,
in belangen of behartigen,
in gekleurd of kleurloos,
in samengesteld of nieuw-samengesteld
gezin
als kleine gemeenschap om het goed te hebben met elkaar

Meer moet dat niet zijn
zowel familiaal als professioneel.

Beide zijn evenwel geen geheel.
We zijn de mens die we willen zijn op het werk.
We zijn de partner die we willen zijn voor onze geliefden,
groot en klein.
Beschermen om te ontfermen
over hetgeen we liefhebben
professioneel én familiaal.

Ieder een eigen mening én eigen houding
van sterk excentriek naar erg terughoudend
vanuit een eigen beleving en wilskracht
als persoonlijke boodschap
luidkeels of in stilte.

Moeten we niet stilstaan bij de ontvanger?
Jeugdigen en rijperen?
Het leven nog ontdekkend of het leven reeds geconsumeerd,
deels.

Het perspectief van de ontvanger.
We lezen allen met een bril.
De ene al wat meer bijgestuurd
om kortbij wat beter te zien
de andere om de breedte en de lengte
in ogenschouw te nemen.

Bijsturing noodzakelijk
om de tolkende ogen
van neurotisch verbindende cellen
zicht te geven op
het ‘hoe’ om het ‘wat’
in een juist perspectief te brengen.

‘Diversiteit’
het modewoord om alles in een grote zak te plaatsen
bij het vuilnis.
Een leeg woord
voor zover we elk anders-zijn
mediageniek
uitsmeren en brokje per brokje inlepelen

‘Diversiteit’
is het verorberen
van een heerlijke maaltijd
waar je in elkaars bord kijkt
en vraagt om even te mogen proeven.

Bruno.

Do you play the game ‘wie-is-Brusselaar’?

Dit is geen pootjelap over woorden. Ook geen semantisch spelletje.
Het zegt iets over hoe we mensen ‘be-ogen’ en het belang van identiteit als een onderdeel van zingeving en behoren tot gelijkgezinden met een vergelijkbare stem, wat verschillend in klank en kleur.
Wat beschouwen en overschouwen, spiegelen met reflectie en het oog wat richten, wat aanzetten tot denken, celletjes en neuronen verbindend.
Troebel Brussel in onze hoofden wat licht en spectrum geven.

Wie is die Brusselaar?

Laat ons al eens beginnen met het woordgebruik.
We hebben de Vlaamse Brusselaar en de Brusselse Vlaming. Dit klinkt niet geheel hetzelfde. Zo lees je dat de Vlaamse Brusselaar een inwoner is, geboren in Brussel en zich inschrijvend in het Vlaamse gemeenschapsgebeuren.

De Brusselse Vlaming is dan eerder een allochtoon uit Vlaanderen, gevestigd in het Brussels gewest en kernachtig Vlaanderen onder de aandacht brengt in dit gewest. In de toekomst wordt dit nog herkenbaarder door de gevolgen van de zesde staatshervorming. Vandaag ook al een beetje voelbaar door de mogelijkheid om vrijwillig in te tekenen op de Vlaamse zorgverzekering.

En dan heb je de Franstaligen. Dit zijn niet zozeer de mensen uit Frankrijk, alhoewel ook zij zijn met velen in Brussel. We bedoelen eigenlijk de Franssprekenden, meer specifiek met het Frans als moedertaal. Het onderscheid Brusselse Waal of Waalse Brusselaar is zeker geen gemeengoed.

Alhoewel we spreken over de Vlaamse gemeenschap in Brussel spreken we eigenlijk over de Nederlandstaligen in Brussel, want ‘Vlaming’ is te politiek getint. Dus Brusselse Franstalige en Nederlandstalige Brusselaars en we zijn al een heel eind op weg.

Laat ons zeggen dat we hiermee de klassiek-historische Brusselse opdeling in kaart hebben gebracht van het Brussels gewest in twee gemeenschappen Frans en Vlaams. Maar eigenlijk wordt dit alsmaar meer een minderheid van de Brusselse bevolking.

We hebben namelijk ook heel wat allochtonen. In sommige regio’s mag dit woord niet meer gebruikt worden. Anders geformuleerd, niet van Belgische origine.
Maar wat is origine? Al dan niet geboren zijn in België? Of ben je allochtoon als je uit een ander land komt?

Dit zou betekenen dat het grootste deel van de Europese ambtenaren, ambassadepersoneel en buitenlandse werknemers bij internationale bedrijven met een tijdelijke opdracht in Brussel ook allochtonen zijn.
Dat is niet zo. Integendeel, die benoemen wij als ‘expats’. Geconcentreerd in een specifieke Brusselse regio met eigen clubs, cafés, restaurants,… en meer specifiek behorend tot het ‘belastingsvrij Brussels gewest’ met de hoogste euro- en dollarportefeuilles.

Het woord ‘allochtoon’ betekent eerder afkomstig uit een andere cultuur. En nu wordt het helemaal complex. Bedoelen we daarmee de Marokkanen en de Turken? Dit is eerder een verwijzing naar landen. Of is dit een indirecte verwijzing naar de islamcultuur? Maar mogen we het woord ‘islamcultuur’ zo gemakkelijk in de mond nemen? Islam is een godsdienst net zoals het katholicisme. Behoren alle katholieken dan tot dezelfde cultuur? Ook dit klopt niet want katholieken uit de Westerse cultuur zijn moeilijk vergelijkbaar met katholieken uit onze koloniale gebieden met een Afrikaanse cultuur. Deze is geheel niet compatibel met onze Aziaten…

En wat doen we dan met de groeiende stroom aan Polen, Kosovaren, Bulgaren en Roemenen? Goed voor hand-en-spandiensten en zaakjes doen om omzichtig in te spelen op de lokale markt van vraag en aanbod?
Handenarbeid en ambacht als een erezaak voor zover gekleurd geld ook ontkleuring kan krijgen.
Voor de ene groep is het gelegaliseerd, de andere danst op een slap koord. Rijk en arm, gemeengoed in de hoofdstad.

Als je de regionale pers erop naleest, spreekt men ook nog over de authentieke Brusselaar, geboren en getogen in Brussel die nog het met uitsterven bedreigd ‘Brussels’ spreekt. Deze minderheidsgroep wordt met graagte opgevoerd om Brussel wat ‘smakelijker’ te maken….
Zou het ondertekenen van het Minderhedenverdrag een meerwaarde betekenen?

Moeilijk, echt wel.
We maken er een kwelling van door taalgevoeligheden te mengen met herkomst- en cultuurelementen (tot over de generaties heen), overvloeid met een dikke saus van al dan niet praktiserend geloof in alle uitersten van breeddenkend tot strikt fundamentalistisch. En dit rondgedraaid in de politieke mixer van strekkingen en mediageniek op je bord opgediend.

Laten we ophouden om dit spelletje ‘wie-is-wie’ mee te spelen:

Is hij/zij woonachtig in het Brussels gewest? Klik weg bij nee.
Is hij/zij geboren in België? Klik weg bij nee.
Is zijn/haar grootmoeder geboren in België? Klik weg bij nee.
Is Nederlands of Frans zijn/haar moedertaal? Klik weg bij nee.
Heeft hij/zij een diploma? Klik weg bij nee.
Heeft hij/zij een job? Klik weg bij nee.
Heeft het gezin maximaal 2 kinderen? Klik weg bij nee.
Is zaterdag zijn/haar rustdag? Klik weg bij ja.
Wie blijft er over?

Een beter voorstel bestaat erin om een Brusselse variant te ontwikkelen van dit wie-is-wie-spelletje.
Wat denk je van volgend speldesign ‘wie-groeit-als-Brusselaar’-spelletje?

Brussel is voor hem/haar een onbekende? Er is groeipotentieel.
Is hij/zij geïnteresseerd in Brussel?
Je scoort als Brusselaar.
Bezoekt hij/zij regelmatig Brussel om te shoppen, gastronomie, cultuur en/of evenementen?
Je scoort als Brusselaar.
Hij/zij promoot Brussel bij vrienden/kennissen/collega’s?
Je scoort als Brusselaar.
Hij/zij anticipeert op een positieve beeldvorming van Brussel?
Je scoort als Brusselaar.
Hij/zij draagt Brussel in het hart?
Je scoort als Brusselaar.
Wie blijft er scoren?

Zo blijven er meer groeien
in dat ‘Brusselgevoel’
en word je elke dag een beetje meer Brusselaar
en dit ongeacht taal, herkomst, cultuur, geloof
of waar je woont.

Nog nooit zoveel anderstaligen, andersgekleurden, rijk en arm met de Belgische vlag toeterend en hangend uit auto’s brullend de overwinningen van de Rode Duivels op het WK horen scanderen in de Brusselse straten.

Het gaat erom waar je hart verblijft
en je hoofd het Brusselgevoel omzet
in handelen.

Propaganda voor ‘the Brussels Devils & Flames’
Dé Brusselaar.

Bruno.

Een vuist voor Brussel

Ontwaken in Brussel is niet hetzelfde als pendelend toestromen in de hoofdstad. Het Noordstation uit en verdwijnen tussen de kantoorgebouwen. Geen Brusselaar gezien. Hier en daar een dakloze en een Roemeens muziekgroepje om de ochtend voor kantoortijd wat op te vrolijken.

Enkel een kudde van mensen, allen in dezelfde richting. Niemand in de tegenstroom. Dit zou de beweging splitsen. Net zoals je een steen in de rivier gooit.

Een verhuis van enkele honderden meters naar de overkant van het Kanaal voor heel wat kantoorpendelaars… het splitst de meningen. Nochtans, ze worden anderhalf jaar vooraf geïnformeerd om deze vernieuwing te implementeren. Sommige sectoren hebben wat meer implementatietijd nodig dan andere…

Maar de oprispingen zijn geen meningen meer. Het zijn vooroordelen, aannames, ideeën zonder ook maar enige zin voor realiteit. ‘Je pense donc je suis’…
Een stevige vuist is nu nodig.

Niet fysiek, wel om de gedachten over Brussel eens goed door elkaar te schudden.

Enkele honderden meters stappen per dag is een fysieke activiteit, goed voor de gezondheid. Minstens 30 minuten per dag, vooral voor kantoorpendelaars met een zittend zitvlak.

In alle rust door een stille buurt langs een park en over een kanaal mogen werken op een mooie site, afgeschermd door muur en slagboom. Een veilig gevoel. Beschermd door ‘security’. Zelfs je eigen woonomgeving kent geen omwalling met wachters controlerende bescherming zoals gemeengoed in Johannesburg.

Voor wie of wat moeten we ons eigenlijk beschermen tijdens deze groepswandeling met vele tientallen tassendragers?
De dakloze? Het anderskleurige kind op een speelterrein, rijk aan cultuurdiversiteit? De asielzoeker, ontheemd van zijn thuisland? Je moet maar uit de Gazastrook komen… Ocharme, die mensen daar. We zullen nog een centje storten als middenklasseburger aan een vredesorganisatie om het geweten te sussen.

Hou op met die hypocrisie.
Overal waar mensen wonen is er strijd, geweld en diefstal. Waar mensen dicht bij elkaar wonen, is die kans groter. Als dat gepaard gaat met structurele armoede, leefonzekerheid en ontheemd zijn, is de frustratiedrempel laag.
Een grootstad ontsnapt daar niet aan. Hoe verscheiden ze ook is van buurt tot buurt, straat tot straat.

Maar zoveel heisa over enkele honderden meters verhuis voor de werkende Vlaming naar een site in complete heropleving, in een buurt waar onderwijs wordt verstrekt, een stevige buurtwerking werkzaam is, er nog enige industrie aanwezig is om ook laagopgeleiden een job te geven,…

Het doet onrecht aan zij die er wonen,
het doet onrecht aan zij die er een bestaansrecht zoeken,
het doet onrecht aan de vele vrijwilligers die de buurt laten heropleven.

Opnieuw een media-onrecht
over een grootstad die recht geeft
aan elkeen die er vertoeft,
ook de pendelaar.

Denk twee keer na als je vanuit een werknemersorganisatie de media opzoekt en je eigen waarden geweld aan doet.
Media, denk twee keer na als mede-verantwoordelijke voor de beeldvorming in vele huiskamers waar klein en groot onze toekomst maken.

Oorlog zie je op de beeldbuis.
Het gevecht voor een beter Brussel gebeurt in je hoofd,
bij elkeen.

Bruno.

Toerismetaks Brussel

Ontwaken in de grootstad.

Wakker worden in Parijs, Londen, Berlijn, Milaan, Madrid… het klinkt als vakantie. Een citytrip. Enkele dagen ertussen uit. Culturele grenzen verleggen, steegjes ontdekken en culinaire verrassingen verwelkomen.

Wakker worden in Brussel… het klinkt zo grijs. Niet de bestemming voor een citytrip, wel woon-werkverkeer. Je moet er naartoe om centjes te ontvangen, je geeft ze uit in andere delen van de wereld.

Brussel is nochtans een wereldstad. Vol van cultureel erfgoed, art nouveau als architectonische benchmark, bruisend in parken en evenementen. Meertalig, want anders niet leefbaar.

Toeristen uit het oosten, het westen komt er werken. Gidsend met vlaggetjes en paraplu’s door de toeristische boekjes. Waar de zon opkomt en de camera’s flitsen.

Belgen bezoeken Gent, Antwerpen en Brugge. Ook de kust en Wallonië, dat heet dan ‘d’Ardennen’. Namen wordt niet genoemd, wel La Roche en Durbuy. Soms ook Bouillon als Godfried wat aandacht krijgt.

Geen Brussel komt er over de lippen. Ook niet op voorjaarse vakantiebeurzen. Limburg hartelijk aanwezig. West-Vlaanderen als vredesplek voor vele slachtoffers. En verder Vlaanderen en Wallonië. Als gebied om te wandelen en te fietsen met een culinaire toets en een culturele uitsprong.

Maar Brussel?
Een eilandje midden Vlaanderen, politiek gesandwicht tussen Noord en Zuid, tussen NT2 en la langue de Voltaire.
Wegen verslikken zich in de dagelijkse ochtendlijke ontbijtgassen en ontgassen zich verstikkend in de avondlijke uitgeleide.

Niet ingeleid in Brussels schoon.

Brussel aantrekkelijker maken. Als trekpleister naast werkplek. Een ontdekkingsreis in de wereldse aanwezigheid van buurt tot buurt. Je hebt geen vliegtuig nodig om je in Turkije of in Afrika te wanen. Gewoon de metro nemen en je ademt de zuiderse sfeer.

Hotelletjes bij de vleet. Ze omarmen je, zeker nu de expats terug inpats in eigen land zijn. Eetgelegenheden uit elk werelddeel verwennen je smaakpapillen aan een meeneemprijsje. Afzakkertjes in overmaat waar het schuim op je lippen komt.

Straat na straat, buurt om buurt, even wandelen en je waant je op een vliegtuigreis hier ver van daan. Je kan zo ontsnappen zonder incheck en uitcheck. Je kan er eindeloos vertoeven zonder vakantiedagen af te tellen.

Brussel is er altijd.
Werken in een wereldstad
is ook een beetje lonken
om te beleven wat het is
te wonen in een gekleurde wereld.

Geen woonbonus maar een toerismetaks
voor al wie in Brussel werkt
en Brussel niet bezoekt.

Bruno.

…Ssst!

Hongerig Brussel

Elke dag van de week en overal.
Broodjeszaken maken brooddozen overbodig. Enkele euro’s voor een Frans brood met mayonaisespecialiteiten in wat vis of vlees aangevuld met een blad sla en wat tomaat.
Moet er nog dressing op?
’s Middags en ’s avonds eetgelegenheden van de doorsneehap tot de betere lekkernij, altijd goed gevuld. Reservatie vereist, zeker voor een plaatsje in de lentezon.
Ook ’s morgens voor de duurdere ontbijtkoek en het obligaat eitje voor de hardwerkende reiziger.
Het weekend gevuld met toeristenbussen, Brussel een aantrekkingspool voor buitenlanders. Al dan niet met de camera in de hand en de paraplu gidsend door de menigte.

Gemiddeld Vlaanderen beschouwt Brussel als vuil, vies en vooral bedreigend. Daar ga je niet naar toe. Ook niet met de bus…
Daar is natuurlijk iets voor te zeggen. Kom met de trein in hartje Brussel en je kinderen vergapen zich aan de maatschappelijke uitgeprocedeerden op wat karton, soms vriendelijk ‘bonjour’ fezelend, hopend op wat brons in een schijfje… Zakken vol slaapgerief en kledij. Goedkoop bier om de wanhoop te laven. De glascontainer als vintageshop, Aldi in een vuilnisbak evenwel zonder kortingsbonnen.
Een straathond om nog enige genegenheid te voelen. Geborgenheid? Liefde? Primaire menselijke behoeften ontbreken. Maatschappelijk gebrekkigen…

En die stank! Terecht, ondanks het veelvuldig openbaar poetsen, meermaals per dag door de Brusselse poetsdiensten. Chapeau!
Het mangelt aan een kuisheidsideaal. Een mentaliteit van elke burger van welke origine ook om zijn stad proper te houden.

Zijn stad. Gemis aan eigenaarschap. Voor je eigen buurt, voor je medemens, voor de burger om te illustreren dat multicultureel samenleven best wel mooi kan zijn! Toch vreemd met etnische groepen waar de samenlevingszin een grote betekenis heeft. Veel meer dan bij de modale Belg, laat staan de Vlaming groeiend in een sociale kramp. Toch als je bepaalde politici mag geloven…

Brusselse pollutie

Niet het zandkleurige Saharasmog. Ook niet de lichtpollutie.
Om de criminaliteit enigszins in te dijken, hebben bepaalde wijken meer licht nodig in een camerarijke omgeving. Hoe kan je anders het krapuul herkennen? Het justitiepaleis is nooit veraf, maar ze houden er niet van. Justitie niet om ze te houden, het crapuul niet om er te blijven. Wat vinden beide elkaar goed. Gelukkig is er het justitiehuis om te bemiddelen. Geen strafzaak noch strafblad, bemiddeling als strafrecht omdat inkeer leidt tot toenadering… voor zover ze nog in het land zijn…

De grootste pollutie, is de decibelvervuiling.
Bussen daveren door de straten, de snelheidsbeperking van 30km/u tartend. Trams tingelend om hun voorrang te laten gelden. Taxi’s versnellen op trambeddingen om hun prioritair zijn als macho te beklemtonen. Vrachtwagens daveren meertonnig over kasseien die kreunen onder het gewicht.

Sirenes in alle volumes, melodieën, geluidssterkte. Rodeo’s in blauw om onze veiligheid te vrijwaren. Je vraagt je soms af waar het altijd brandt. Ze zijn met velen op straat, maar zijn ze ook in de straat waar de nood is?
In elk geval, veel agenten met de bereidheid om te helpen. In kogelvrije vesten, voor een veilige buurt…

En dan het getoeter. Als buitenlandse gewoonte, om de aandacht te trekken, om huwelijken af te kondigen. Hier wordt nogal wat trouw gezworen. Een trein aan wagens met een kakofonie aan klanken. Oorstopjes op zaterdag…

En dan de trekvogels. In drie banen in ons luchtruim. Kerosine-optrekkend om wereldwijd neer te dalen. Helikopters cirkelend boven bedreigd gebied.
Straaljagers… enkel om de koning te plezieren.

Geen boot die hindert op ons zeekanaal. Klotsend het water tegemoet om te doen wat moet. Rust brengend.

Stilte, beleidsvoerders. Helend voor elke mens. Elke stad heeft er last van, maar de ene stad slaagt er beter in dan de andere om de stadskern geluidsarm te maken. Zeker bij avondval en ochtendlicht.
Welzijnsverhogend voor elke burger.

Mobiel zijn we zeker

Te voet de stroom zoekend. Met meer dan een miljoen moet je mooi in de pas lopen om voortgang te boeken. Één verstrooiing of zijwaartse blik naar wat schoons stremt de hele gang. Zeker op een roltrap die niet tot rollen te bewegen valt.
Laat staan omhoog kijkend. Zoveel baksteenmoois.

Te duur. De prijzen stijgen met een zucht, tot boven in de lucht. Met een baksteen in de maag kom je bedrogen uit. Zonder baksteen en een lege maag kom je niet aan de bak.

Maar we zijn mobiel. Met trein, tram en bus. De enige grootstad waar elke trein van het land absoluut de stad moet doorklieven om zijn weg verder te zetten. Weliswaar ondergronds. Bovengronds is er geen doorkomen aan. Daar toetert heel Vlaanderen zich een weg naar het werk. Thuis is er ook geen werk. Als het werk op is, baant men zich een weg naar het stille vlakke land. De nachtploegen kuisen de boel op. Vuiligheid, maar werk.

Ondergronds is het één al bedrijvigheid. Alle 150 seconden raast er een metro aan 50km/u door de pijpen. Te weinig aan pijpen, maar een gemiddelde bovengronds niet haalbaar, op een uitzonderlijke kwelduivel na en bij nacht. Maar dan is het ook stil in de pijpen.

Bussen in eigen beddingen. Ze zijn met veel. Die van Brussel in een Lijntje met af en toe een verloren gereden TEC. Van heinde en verre ’s morgens erin en ’s avonds eruit.
En dit in het gewriemel met Koning Auto. Evenwel zonder escorte. Wat enigszins een ster of een streep heeft verdiend uit het bevriende buitenland wordt gracieus in blauw door de autostroom gelaveerd met ondersteunend gehuil. De wolven van de stad.

Er zijn ook risicozoekers. Zij die een ijzeren tuig bestijgen, al dan niet met een kanariegeel achterste om zich als lokaas door het gewriemel van het stalen ros te bewegen. Op eigen risico. Er is weinig banend voor u voorzien, laat staan een eigen bedding om in te bedden.

We zijn met zoveel, mijnheer

Groeien is goed. Groter, sterker, beter… Zolang het geen ballon is. Big Bang als de grootte het maximale volume overstijgt.
Het gewest kent zijn maximale vierkante kilometers. Zelfs metropolitane gedachten beperken mogelijks de groei. De Rand is geen beschermlaag. Het zijn pukkels omdat de gewesthuid de druk niet aan kan. Uitknijpen wordt toegepast. Het etteren vermijden…

Demografen zeggen dat er nog 100.000 bij kunnen. Bedoelen ze dan geografisch? Oppervlakte gedeeld door aantal inwoners? Volumineus gestapeld in torenhoge legobouwsels?

De capaciteit uitbreiden met honderdduizend… die zich vermenigvuldigen. Al eens stil gestaan bij de bijkomende druk? Op de mobiliteit, op de werkgelegenheid, op de sociale voorzieningen, op de huisvesting, op het onderwijs…?
Wat met de nood aan omgevingsruimte? Om te spelen, om te recreëren,

…te verstillen?

Heb je de stadsvleugeltjes gehoord,
elke dag opnieuw
als wekker
om de stad te ontwaken.

Ze zijn met velen,
meertonig aan getsjilp
zoals haar inwoners.

Ssst…
de stad is er behoeftig aan.

Bruno.